TPO Column: Een alfabet zonder “G” (maart 2014)

Ik ben te gast bij Shut Up and Write!, een ingevlogen initiatief uit Amerika waarbij mensen, voornamelijk meisjes zoals ik, met warrig haar en creatieve geest, bijeen komen om te schrijven. Een uur lang, op eigen laptop, werken we aan manuscript, brief, gedicht of blog. Na het uur is er tijd om de gast van de avond, vragen te stellen over literatuur, debuteren en andere aanverwante zaken. Ik ben vanavond de gast, en ik werk aan deze column.

De avonden worden georganiseerd door Books & Bubbles, een prachtige huiskamerboekhandel op de Jan Pieter Heijestraat in Amsterdam. (Helaas is Books & Bubbles gedwongen haar deuren te sluiten. Niemand begrijpt hoe dat zo ineens heeft kunnen gebeuren. Iets met vergunningen, gemeente en gedoe. Voor boekminnende Amsterdammers is dit een hele schok.) Afijn, het idee van Shut Up and Write! is dat samen schrijven soms leuker is dan alleen. Dus daar zitten we dan, een klein tiental ambitieuze schrijvers aan een tafel met flessen wijn en water, de gezichten aandachtig op ons beeldscherm gericht. Mijn ogen dwalen af, want al ben ik hier vanavond niet als consument maar als serieuze auteur die er van houdt met meerdere mensen aan het werk te zijn, ik kan het niet laten de inhoud van de boekenkasten te scannen, zoals altijd wanneer ik in een boekwinkel ben. Of nee, laat ik eerlijk zijn, ik scan selectief. Onder het stickertje ‘Nieuwe boeken: Jonge schrijvers’, zal toch zeker een exemplaar van Kamermensen staan? Hanna Bervoets, Johan Fretz, en Arjen Lubach staan op platte standaards, zoals altijd. Hun covers laten zich in vol ornaat zien; krachtig, doeltreffend, succesvol. Daaronder een hoop bescheiden ruggen, Willem Bosch, Marjolijn van Heemstra, Alma Matthijssen, Joubert Pignon, Franka Treur en voor dat ik het weet ben ik onderaan de kast.

Carlijn Vis, Maartje Wortel.

Hanteert deze miezerige boekhandel in oud-West soms een alternatief alfabet, eentje die mij onbekend is, eentje zonder G van – laten we zeggen, de Gee?

Waarom staat mijn boek niet altijd in iedere kast van iedere boekwinkel? Waarom doe ik opnieuw niet mee aan die overdreven, narcistische parade van het boekenbal? Waarom krijgt Kamermensen geen tweede druk, mijn recensies waren toch beter dan menig ander debuut?

Dan is het tijd voor vragen. Wat me opvalt is dat de meeste gaan over de samenwerking met een uitgever. Een man oppert dat schrijvers geen uitgeverij nodig zouden moeten hebben, laat staan een redacteur. Hij pleit voor onafhankelijkheid, eigenheid, het kunstwerk zou niet verprutst moeten worden door de hand van een ander. Is iets voor te zeggen. Toch probeer ik te bedenken waarom ik het er niet mee eens ben. In de toneelwereld, waar ik bekend mee ben, is samenwerken vanzelfsprekend: een schrijver schrijft, een regisseur regisseert, een speler speelt en iedereen confirmeert zich naar het eindproduct. Deze radertjes samen zorgen dat het toneel multi-interpretabel is, gelaagd. Zou dit ook voor literatuur gelden?

Langzaam ontdooi ik. Hoe komt het we ons humeur, ons werk en zelfvertrouwen, zo laten leiden door de behoefte aan erkenning? Ja, een boek schrijven kost buitensporig veel inspanning maar daarom hoef ik een avond zoals deze, waar ik te gast ben, de wijn op tafel staat en iedereen aandachtig naar me luistert, toch niet te verpesten? Ik had niet cynisch moeten worden, het maakt me onaardig en onaantrekkelijk.

‘Ego helpt niet bij het optimaliseren van het eindresultaat. Een goed boek moet een nederige auteur hebben,’ zeg ik. Het is geen modieuze gedachte, maar ik ben het er mee eens. Zonder boekenvakkers, geen boeken. Uitgevers zijn er niet op uit om de onafhankelijkheid van een auteur aan te tasten, Books & Bubbles is zoveel meer dan een incomplete boekenkast. En misschien, heel misschien, geven die lege boekenkasten me zelfs wel iets terug. Nederigheid, bijvoorbeeld.