Interview NRC

Theater toont de menselijke beperking.

Annemarie de gee (24) studeerde vorig jaar af aan de Amsterdamse Theateracademie als tekstschrijver en regisseur. Zondag werd haar toneeltekst Lift gelezen door vijf acteurs in theater de Engelenbak. De tekst ligt nu bij toneelgroep Amsterdam. “Heel spannend”

Hoe zou je zelf je werk omschrijven?

Ik schrijf teksten die gestileerd zijn, poëtisch en abstract. Het zijn muzikale teksten, ritmisch en vol herhalingen. Het is ontoegankelijk, vervreemdend toneel. Mensen moeten bereid zijn om het verhaal los te laten. Mijn werk bestaat niet uit het vinden van een oplossing op toneel.

Wat heb je tot nu toe gemaakt?

Een paar eenakters en monologen en gedichten. Mijn afstudeervoorstelling TUIN, die werd opgevoerd in het Polanentheater, was een groot succes. Verder heb ik teksten geschreven op verzoek van particulieren en voor een amateurgroep in Utrecht. Maar ik ben er inmiddels achter dat ik geen amateurtheater wil maken. Ik wil met professionele acteurs werken. Lift is mijn eerste avondvullende voorstelling. De tekst wordt nu gelezen door Toneelgroep Amsterdam. Ik weet nog niet of ze er wat mee gaan doen. “Heel spannend.”

Past jouw werk in een bepaalde traditie?

Ja, je kunt mijn teksten rekenen tot het verhalend absurdisme. Mijn werk begint altijd met een concrete situatie of een concreet thema dat op een bepaald moment ontspoort. Daardoor wordt de ruimte van de personages veel groter dan die waarin ze zich in het begin bevonden. Heel kleine situaties worden zo uitvergroot. Voor een deel van het publiek is dat te heftig, er is geen houvast. Zo eindigt Lift in een brei van klanken.”

Wie zijn je voorbeelden?

Pinter, en in Nederland Gerardjan Rijnders, Alex van Warmerdam en theatergroep Carver.

Wat is je lievelingstoneelstuk?

Mijn eigen stuk Lift natuurlijk! En Ashes to ashes van Pinter.

Wat betekent het schrijven van toneelteksten voor je?

Als kind stotterde ik erg, daarom leerde ik al vroeg schrijven. Op papier kon ik mij makkelijker uitdrukken. Dat wakkerde mijn liefde voor taal aan. Ik had graag naar het conservatorium gewild, maar liep aan tegen de techniek. Nu heb ik mijn muzikaliteit gecombineerd met mijn liefde voor taal. Ik vind theater een mooie vorm om de menselijke beperkingen te laten zien. Taal en woorden zijn misschien wel het enige wat ons anders maakt dan de dieren. Wij kunnen woorden geven aan gevoel, maar dat wil niet zeggen dat we meer begrijpen dan een lieveheersbeestje.

Hoe werk je en waaruit put je inspiratie?

Ik begin altijd te schrijven vanuit een concrete situatie. Daarvoor put ik uit eigen ervaringen en gekke gesprekken die ik opvang. Van daaruit ontwikkelen mijn teksten zich vanzelf. Ik schrijf het beste in afzondering. Soms ga ik naar Texel om door te kunnen schrijven.

Kun je al van dit beroep leven?

Nee, nog niet. Ik werk ook bij theater de Engelenbak achter de bar en als kaartjesverkoopster.

Je bent een pupil van Jan Joris Lamers van Theatergroep Discordia. Wat heb je van hem geleerd?

Dat de poging belangrijker is dan het effect. Het zoeken is belangrijker dan het vinden.

Wanneer komt de Grote Doorbraak?

Misschien na dit artikel. Of in september op het Fringe festival in Amsterdam. Daar spelen twee actrices een ander stuk van mij.

Wat wil je bereiken?

Ik zou het geweldig vinden als Carver ooit een tekst van mij speelt. En verder zou ik graag een eigen collectief van makers op willen richten, met tekstschrijvers en regisseurs. Ik vind het fijn om samen te vechten over iets”